Miskraam

De geboorte van de vrucht

Wanneer de pijn en het bloedverlies toenemen, kun je zeggen dat de miskraam doorzet. De pijn is krampend en wordt veroorzaakt door het samentrekken van de baarmoederspier die probeert de vrucht eruit te persen. Deze fase is vaak erg pijnlijk. De pijn kan uitstralen tot in de rug of de bovenbenen en op echte weeën lijken.

Of je iets van de uitdrijving van de vrucht merkt, hangt vooral af van de grootte van de vrucht; het spreekt vanzelf dat het nogal wat uitmaakt of je een miskraam bij zes of bij twaalf weken hebt. Ook van belang is de vraag hoe lang het vruchtje al dood is voor de miskraam zich manifesteert. Want naarmate deze periode langer is, neemt ook de kans toe dat het vruchtje reeds onherkenbaar is geworden.

Het is belangrijk te weten of de vrucht, samen met de placenta en de vliezen, compleet geboren zijn. Wanneer er resten in de baarmoeder achter blijven zal het vloeien in de regel doorgaan en bestaat er een kleine kans op een baarmoederontsteking. Daarom is het belangrijk alles op te vangen, zodat de dokter of de verloskundige het kunnen bekijken.

Zelf kijken is belangrijk voor de verwerking van de miskraam

Bij een miskraam is het moeilijk je een voorstelling te maken van wat er geboren zal worden. Velen kennen de mooie kleurenfoto’s uit de boeken. Zo mooi is het echter bij een miskraam nooit. Meestal is de groei van de vrucht achter gebleven bij de duur van de zwangerschap. Daarnaast is de vrucht meestal een week of langer dood. En dat betekent dat er vaak al enige weefselafbraak heeft plaatsgevonden. Toch is het in het algemeen aan te raden samen met je partner, arts of verloskundige, te kijken hoe de vrucht er uit ziet. Je kunt dat het beste doen in een bakje water. Het bloed wordt er zo afgespoeld, waarna het vruchtje, zwevend in het water, beter is te zien. Je kunt er ook een foto van maken als tastbaar ‘bewijs’ van de zwangerschap.

Als je in het ziekenhuis een miskraam krijgt, of daar wordt gecuretteerd, kun je vragen of je de vrucht mag zien. Het is goed om te weten dat die mogelijkheid vaak wel bestaat. Alleen blijkt in de praktijk dat je er van tevoren wel om moet vragen.

Onderzoek en begeleiding

Je mag van je huisarts, verloskundige of gynaecoloog verwachten dat ze je, naast enige betrokkenheid, voldoende informatie geven. Dat is niet alleen nodig om je voor te bereiden op hetgeen er gaat gebeuren. Maar het is ook van belang dat je weet wanneer je opnieuw moet bellen. En bovendien blijkt in de praktijk dat je, als je weet wat er gaat gebeuren, sneller kunt reageren, gemakkelijker vragen kunt stellen, beter kunt mee beslissen wanneer dat noodzakelijk is en zo beter in staat bent controle te hebben over hetgeen er gaat gebeuren. Uiteindelijk is zo de kans groter dat je de miskraam beter kunt verwerken dan wanneer je totaal onvoorbereid bent.

Het eerste onderzoek

Om zich een goed oordeel te kunnen vormen zal de dokter of de verloskundige een groot aantal dingen willen weten. Als hij of zij je al langer kent, zijn veel zaken uiteraard reeds bekend. Maar als er in het weekeinde een waarnemer komt, zal deze toch verscheidene vragen stellen.

Erg belangrijk is het te weten op welke datum precies de laatste menstruatie begon. Aan de hand hiervan wordt berekend hoeveel weken je zwanger bent. Ook wil men weten of de zwangerschap door middel van een test is vastgesteld en op welke datum die test is gedaan. Verder wil men iets weten over het verloop van de zwangerschap tot nu toe. Voelde je je zwanger, had je last van bepaalde klachten als gespannen borsten, misselijkheid en is er aan die klachten en het gevoel van zwanger zijn de laatste tijd iets veranderd?

Bij bloedverlies is het belangrijk te weten wanneer dit begonnen is, om hoeveel bloed het gaat, of er stolsels bij zaten en of je er iets van hebt bewaard. Verder is het van belang te vertellen of je pijn hebt, of deze te vergelijken is met de pijn die je anders ook tijdens de menstruatie hebt, of het een zeurende of krampende (weeënachtige) pijn is, of deze onder in de buik zit of juist opzij, of hoesten en diep zuchten ook buikpijn veroorzaken en of je pijn in een van je schouders hebt. De soort pijn kan een aanwijzing zijn of het om een miskraam gaat of om een buitenbaarmoederlijke zwangerschap.

En tenslotte zal de dokter of verloskundige willen weten of je je ziek voelt en of je koorts hebt. Deze vraag is belangrijk als de miskraam reeds heeft plaatsgevonden: het is een aanwijzing dat er wellicht ook sprake is van een baarmoederontsteking.

Het lichamelijk onderzoek

Het lichamelijk onderzoek is er op gericht vast te stellen of er inderdaad sprake is van een (dreigende) miskraam of dat het bloedverlies een andere oorzaak heeft. Een inwendig onderzoek zal daar meestal bijhoren. Als de baarmoedermond nog dicht zit spreekt men van een dreigende miskraam en bestaat de mogelijkheid dat de zwangerschap toch gewoon door zal gaan.

Afwachten is het beleid

Als bij het onderzoek wordt vastgesteld dat het om een dreigende miskraam gaat en andere oorzaken zijn uitgesloten, zal de huisarts of de verloskundige meestal voorstellen het natuurlijke verloop verder thuis af te wachten. Hij zal informatie geven over wat je verder kunt verwachten en een nieuwe controledatum afspreken. Ook zal hij instructies geven in welke gevallen tussentijds onderzoek nodig is of wanneer je tussentijds moet bellen. Het gebruik van speciale medicijnen is bij een dreigende miskraam niet zinvol. Hoogstens zal een pijnstiller worden voorgeschreven.

Soms is het beter niet eerst af te wachten, maar meteen een echoscopie te doen om meer zekerheid te krijgen. De huisarts en de verloskundige kunnen deze aanvragen, ook zonder je te verwijzen naar een gynaecoloog.