Miskraam

Spontane uitdrijving of curettage?

Op de vraag wat beter is: een spontane geboorte van de vrucht afwachten of een curettage laten verrichten, is niet zomaar een antwoord te geven. Niet alleen medische overwegingen spelen hier een rol. Ook de emotionele beleving van de vrouw zelf is belangrijk. Eigenlijk zou zij zelf de beslissing moeten kunnen nemen: de natuur haar gang laten gaan of medisch ingrijpen. Maar om die beslissing te kunnen nemen moet ze goed geïnformeerd zijn over de voor- en nadelen van beide mogelijkheden. Omdat dat laatste een tijdsinvestering van de behandelaar vergt, komt het er vaak niet van en geeft de mening van de arts vaak de doorslag. Soms is de ‘voorlichting’ die gegeven wordt zo eenzijdig, dat je wel gek zou zijn op een spontane geboorte te wachten.

Medische redenen voor een curettage

Meestal verloopt een miskraam spontaan zonder complicaties en zonder dat ingrijpen medisch gezien echt nodig is. Toch zijn er enkele omstandigheden (‘medische indicaties’) waarbij de mogelijkheid van een curettage overwogen wordt:

– toegenomen hoeveelheid bloedverlies, duidelijk groter dan dat de vrouw tijdens een hevige menstruatie bij haarzelf gewend is,

– als het bloedverlies een week na het begin nog steeds niet over is of tenminste duidelijk aan het afnemen is,

– als de pijn hevig is of steeds maar toeneemt,

– als je er psychisch of emotioneel niet meer tegenop kunt om het spontane verloop af te wachten.

Daarnaast speelt de ervaring van de gynaecoloog een rol. Vaak zal men bij een intra-uteriene vruchtdood (vrucht leeft niet meer, maar er is nog geen bloedverlies) sneller tot een curettage besluiten, dan bij een miskraam waarbij het bloedverlies al is begonnen.

Vlak voor curettage nog een nieuwe echo?

Wanneer tot een curettage besloten wordt, moet éérst een echoscopie zijn gedaan om er zeker van te zijn dat de vrucht niet meer in leven is èn om de aanwezigheid van een tweede, nog levende, vrucht uit te sluiten. In twijfelgevallen, zowel medisch als emotioneel, kan een tweede echoscopie de zekerheid geven die voor de verwerking van de miskraam en de curettage nodig is.

Afscheid nemen en verwerking

Het zien van de vrucht of het kind is, voor zover het althans mogelijk is, zeer belangrijk voor de verwerking van het verlies. Het vasthouden, het tegen je aan houden, het praten tegen je kind, het zeggen dat je van hem of haar houdt, dat kan later van onschatbare waarde blijken te zijn. Gun je daar de tijd voor en vraag aan anderen ook om je die tijd te geven. Je hebt er recht op om op waardige wijze afscheid te nemen van je kind. Slechts in zeldzame gevallen zal het zo zijn dat dit echt niet mogelijk is.

Vroeger ging men er van uit dat het zien, laat staan het in de armen nemen, van een dood kind iets vreselijks voor de ouders moest zijn. Iets dat je hun besparen moest, iets dat ze niet zouden kunnen verwerken. Tegenwoordig weet men beter. Juist het niet gezien hebben, blijkt de verwerking in ongunstige zin te beïnvloeden. Dat geldt ook voor de echoscopie als duidelijk is dat het kind niet meer leeft. Ook dan is het beter de ouders de gelegenheid te geven mee te kijken, in plaats van het beeldscherm weg te draaien.

Als het kind al meer dan een week voor het ter wereld komt dood is, zal de huid door het vruchtwater zodanig kunnen zijn aangetast, dat het een naar gezicht is. Ook kun je het dan niet meer in je armen nemen, omdat de huid snel kapot gaat. Houd hier rekening mee en wacht, als er een keuzemogelijkheid bestaat, niet al te lang met het geboren laten worden.

Foto's

Het hebben van een tastbare herinnering in de vorm van een foto blijkt voor veel vrouwen en mannen achteraf erg belangrijk te zijn. In veel ziekenhuizen worden daarom van doodgeboren kinderen foto’s gemaakt. De ouders kunnen die later meekrijgen. Als ze dat (nog) niet willen, worden de foto’s bewaard, zodat ze er later altijd nog op terug kunnen komen. Ook een foto van een echoscopie kan later zeer waardevol blijken te zijn.

Begraven

Bij een miskraam zijn er geen wettelijke bepalingen ten aanzien van begraven en cremeren. Dat betekent dat je bij een miskraam die thuis plaatsvindt, zelf mag kiezen wat je wilt doen. Eigenlijk zou dat ook zo moeten zijn als je tijdens de miskraam in het ziekenhuis ligt, maar dat gebeurt alleen als je daartoe zelf het initiatief neemt. Regel je hieromtrent niets, dan komt de vrucht bij het ziekenhuisafval terecht dat verbrand wordt. Ook als de vrucht eerst wordt onderzocht, gebeurt dit.

Als het vruchtje niet spontaan geboren kan worden, maar door middel van een curettage wordt gehaald, ontstaan er meestal zoveel beschadigingen dat men je niet zal toestaan het te bekijken, laat staan het ter begraving mee te nemen. Wellicht is de gynaecoloog echter bereid de curettage zo uit te voeren dat er zo min mogelijk beschadigingen optreden.

Overigens is het bij miskramen vaak zo, dat de vrucht al weken vóór de miskraam is overleden. Meestal is het natuurlijke afbraakproces dan al zo ver gevorderd, dat er nog maar weinig van over is.

Pijn als begin van een miskraam

Soms is buikpijn het eerste teken van een dreigende miskraam. Meestal begint dan het bloedverlies tegelijkertijd. Maar het vloeien kan ook wel eens pas uren later of een enkele keer zelfs een dag later beginnen.

Buikpijn is geen specifiek voorteken van een miskraam. Meestal is er bij buikpijn niets ergs aan de hand. Iedereen heeft er wel eens wat last van. Maar tijdens de zwangerschap kijk je vaak toch wat anders tegen buikpijn aan dan anders. Vooral wanneer die pijn onder in de buik zit. Zolang je geen bloed verliest bestaat en zolang je je nog steeds zwanger voelt, is er geen reden aan een dreigende miskraam te denken.

In driekwart van de gevallen zal de pijn bij een miskraam min of meer te vergelijken zijn met een hevige menstruatiepijn. Maar de pijn kan ook zo hevig zijn, dat ze te vergelijken is met de weeën van de bevalling.

In de medische boeken wordt vaak wat geringschattend gedacht over de mate van pijn die je tijdens een miskraam kunt hebben. Zeker wanneer de zwangerschap verder dan tien weken is gevorderd, begint die aardig op de weeën van een bevalling te lijken.

De geboorte van de vrucht

Wanneer de pijn en het bloedverlies toenemen, kun je zeggen dat de miskraam doorzet. De pijn is krampend en wordt veroorzaakt door het samentrekken van de baarmoederspier die probeert de vrucht eruit te persen. Deze fase is vaak erg pijnlijk. De pijn kan uitstralen tot in de rug of de bovenbenen en op echte weeën lijken.

Of je iets van de uitdrijving van de vrucht merkt, hangt vooral af van de grootte van de vrucht; het spreekt vanzelf dat het nogal wat uitmaakt of je een miskraam bij zes of bij twaalf weken hebt. Ook van belang is de vraag hoe lang het vruchtje al dood is voor de miskraam zich manifesteert. Want naarmate deze periode langer is, neemt ook de kans toe dat het vruchtje reeds onherkenbaar is geworden.

Het is belangrijk te weten of de vrucht, samen met de placenta en de vliezen, compleet geboren zijn. Wanneer er resten in de baarmoeder achter blijven zal het vloeien in de regel doorgaan en bestaat er een kleine kans op een baarmoederontsteking. Daarom is het belangrijk alles op te vangen, zodat de dokter of de verloskundige het kunnen bekijken.

Zelf kijken is belangrijk voor de verwerking van de miskraam

Bij een miskraam is het moeilijk je een voorstelling te maken van wat er geboren zal worden. Velen kennen de mooie kleurenfoto’s uit de boeken. Zo mooi is het echter bij een miskraam nooit. Meestal is de groei van de vrucht achter gebleven bij de duur van de zwangerschap. Daarnaast is de vrucht meestal een week of langer dood. En dat betekent dat er vaak al enige weefselafbraak heeft plaatsgevonden. Toch is het in het algemeen aan te raden samen met je partner, arts of verloskundige, te kijken hoe de vrucht er uit ziet. Je kunt dat het beste doen in een bakje water. Het bloed wordt er zo afgespoeld, waarna het vruchtje, zwevend in het water, beter is te zien. Je kunt er ook een foto van maken als tastbaar ‘bewijs’ van de zwangerschap.

Als je in het ziekenhuis een miskraam krijgt, of daar wordt gecuretteerd, kun je vragen of je de vrucht mag zien. Het is goed om te weten dat die mogelijkheid vaak wel bestaat. Alleen blijkt in de praktijk dat je er van tevoren wel om moet vragen.

Onderzoek en begeleiding

Je mag van je huisarts, verloskundige of gynaecoloog verwachten dat ze je, naast enige betrokkenheid, voldoende informatie geven. Dat is niet alleen nodig om je voor te bereiden op hetgeen er gaat gebeuren. Maar het is ook van belang dat je weet wanneer je opnieuw moet bellen. En bovendien blijkt in de praktijk dat je, als je weet wat er gaat gebeuren, sneller kunt reageren, gemakkelijker vragen kunt stellen, beter kunt mee beslissen wanneer dat noodzakelijk is en zo beter in staat bent controle te hebben over hetgeen er gaat gebeuren. Uiteindelijk is zo de kans groter dat je de miskraam beter kunt verwerken dan wanneer je totaal onvoorbereid bent.