Miskraam

Moeilijke data

Bepaalde data die verband houden met de miskraam of de geboorte kunnen erg lang belangrijk zijn en herinneringen oproepen. Dat kan een bepaalde dag in de week of de maand zijn of een bepaald tijdstip op de dag. Ook kan de zwangerschap in gedachten nog tot aan de uitgerekende datum doorgaan.

Vooral de dag dat je bent uitgerekend is een dag die je met lege handen doorbrengt. Bij veel vrouwen gaat dat nog jaren lang zo door. Het is als een verjaardag waarop niemand langs komt en die iedereen vergeten is.

Gemis

Een miskraam of doodgeboorte is een plotseling einde, niet alleen aan de zwangerschap, maar ook aan een manier van leven, aan de contacten die je als zwangere hebt en aan de dromen en toekomstverwachtingen. Je staat ineens middenin een groot verdriet en mist die ‘roze’ wereld.

Soms hoor je er op bepaalde punten niet eens meer bij. Je hoort niet meer bij de zwangeren, maar ook niet bij de jonge moeders. Je omgeving sluit je buiten. Uit angst dat je er niet tegen zou kunnen, gaan anderen fluisteren als ze het over hun kinderen hebben, wordt jou niet verteld dat iemand zwanger is, en krijg je geen babyfoto’s te zien.

Na een bevalling komen diverse instanties in het geweer. Er is kraamzorg, er is een nacontrole, de wijkverpleegkundige komt langs en je krijgt een oproep voor het zuigelingenbureau. Na een miskraam is alles zomaar over en sta je voor een diep gat.

Schuld- en faalgevoelens

Gevoelens van schuld of van falen komen na een miskraam of doodgeboorte erg vaak voor. Het is menselijk om te zoeken naar een oorzaak. En als medici niet duidelijk een oorzaak kunnen aanwijzen (hetgeen meestal het geval is), zoek je de oorzaak bij jezelf. Je hebt iets verkeerds gedaan, of je hebt juist iets belangrijks nagelaten. Je omgeving doet daar dan soms nog een schepje bovenop door je gevraagd of ongevraagd op oorzaken te wijzen.

Ervaringen

Bernadet hoorde bij een tweede echo, met tien weken, haar vermoeden definitief bevestigd dat het kind niet meer leefde. "Toen we naar huis gingen, zei ik tegen mijn vriend: ‘Ik wil het begraven.’ Nou, daarin volgde hij me wel, dat vond hij prima. Twee dagen na de curettage hebben we dat gedaan; niet het echte vruchtje zelf – want in het ziekenhuis had ik er niet bij stilgestaan dat ik dat had kunnen opvragen – maar een symbool.

Ik had één kledingstuk voor de baby, een rompertje, dat ik had gekregen van een vriendin. We stopten er allebei iets dierbaars van onszelf bij in en ik pakte het in fluweel. We reden naar de plek, ergens op het strand, waar we eerder hadden besloten dat we een kind van elkaar wilden hebben. Dat was voor mij een heel bijzonder moment geweest. We groeven een gat, legden het daarin en wachtten tot de eerste golf er overheen kwam. En dat is heel goed voor me geweest. Door iets te begraven erken je dat het er geweest is. Ik heb het een plek gegeven, het laten bestaan."

Barbara: "Ik heb een plekje in huis waar haar geboorte/overlijdenskaartje staat met de zwangerschapstest, klein beeldje en een engeltje erbij, een miniatuur monumentje. Ik vind het wel jammer dat ik geen grafje kan bezoeken, we zijn nog bezig op een begraafplaats een soort monumentje te laten neerzetten. Een plek om na te denken, waar ze kan komen ‘aanwaaien’."

Relinde: "We hadden het gevoel dat iemand van heel dichtbij overleden was. We konden er geen uiting aan geven, moesten het kindje afgeven, hadden niets om te begraven. Van mijn moeder had ik een paar weken tevoren een stamroosje gekregen omdat ik zwanger was. Toen ik uit het ziekenhuis kwam hebben we dit roosje in de tuin geplant en er symbolisch ons kindje onder begraven. Het ligt daar nog steeds. Dit begrafenisritueel heeft ons zeer geholpen in het concretiseren en verwerken van onze rouw."

Marjo: "Ik denk dat ik het verlies goed heb kunnen verwerken. Ik heb er heel veel over gepraat en gehuild. Ook heb ik in een mooi boekje mijn gevoelens en verwachtingen voor ons kind opgeschreven. Voor het opbergen van alle spullen (kleertjes en speeltjes) die ik al had heb ik mooie dozen beplakt.

Je kunt troost putten uit voor anderen soms vreemde dingen. Volgens mij moet de omgeving dit toestaan; niets is immers gek, als het helpt. Zo had ik zelf een grote speelgoedbeer gemaakt op de dag voordat ik hoorde dat ons kind dood was. Later heb ik de beer de kleertjes van ons kind aangetrokken en in tijden van groot verdriet lag ik met de beer op de bank. Ik heb er veel steun aan gehad. De beer zit nu nog steeds in de woonkamer."

Reacties van de omgeving

De reacties uit je omgeving kunnen sterk verschillen en zeggen uiteraard vooral iets over degene die ze uit. Gemiddeld genomen mag je er vanuit gaan dat de helft van de reacties vanuit de omgeving tegenvallen. Prima: vriendin die het verhaal wil horen, nieuwsgierig is naar het uiterlijk van het kindje en met ‘domme’ vragen komt, dus haar eigen onzekerheid naar voren brengt. Mensen die een kaartje sturen en met je meeleven, die opbellen en met jou verdrietig zijn. Een vriend die op bezoek komt, er eerst niet en uiteindelijk toch over durft te beginnen. Kortom: prima is als mensen eerlijk en uit zichzelf een reactie geven, het geeft niet hoe die verwoord is. Dat mensen hun gevoel laten zien en willen praten over jouw kind.

Maar reacties kunnen ook pijnlijk zijn, zoals van mensen die wel langskomen, maar dan alleen praten over andere dingen en nog even zeggen dat je sterk moet zijn, dat de Here het zo gewild heeft of dat je nog heel veel kinderen kunt krijgen. Of mensen die jouw verdriet bagatelliseren door met verhalen van anderen te komen (‘mijn nicht heeft een vriendin en die heeft al zes miskramen gehad en daarna tien kinderen gekregen).

Rouwen na een miskraam

Een miskraam is voor de meeste vrouwen (en hun partner) een zeer ingrijpende gebeurtenis, waarna een periode volgt die alle kenmerken van een echt rouwproces kan vertonen. Grofweg bestaat die uit een opeenvolging van ongeloof, ontkenning, opstandigheid en kwaadheid tot aan wanhoop en verdriet. Daarbij kan zich een periode met een echte depressie aandienen met verschijnselen als slechte eetlust, gewichtsverlies (soms juist gewichtstoename) en slapeloosheid. Regelmatig terugkerende gedachten over schuld, minderwaardigheidsgevoelens, dingen die verkeerd gedaan zijn of juist nagelaten werden, kunnen daarbij voorkomen. Tenslotte volgt de acceptatie en de terugkeer naar het dagelijkse leven. Bij meer dan de helft van de vrouwen duurt het minstens een jaar voordat het verlies is geaccepteerd en verwerkt.

Bij een miskraam spelen enkele bijzondere omstandigheden mee, die het rouwproces moeilijker kunnen maken. Een van de belangrijkste hiervan is wellicht het gegeven dat je rouwt om iemand die je niet goed hebt gekend en aan wie je weinig of geen tastbare herinneringen hebt. En doordat het kind voor de mensen in je omgeving onbekend is, sta je in het verlies ook min of meer alleen. Zij kunnen je zelfs de indruk geven dat je geen recht hebt op een volwaardig rouwproces.

Daarnaast kan het feit dat het kind nog een deel van jezelf was, een gevoel van innerlijke leegte achterlaten. Drie op de vier vrouwen hebben hier (erg) veel last van. En tot slot kan het gevoel ontstaan dat je als vrouw gefaald hebt omdat je de zwangerschap niet tot een goed eind hebt kunnen brengen. Dit leidt vaak tot gevoelens over schuld, nutteloosheid en minderwaardigheid.

Echoscopie

Echoscopie is een onderzoekmethode waarmee een inwendig orgaan op een beeldscherm zichtbaar gemaakt kan worden. Daarbij wordt gebruik gemaakt van speciale, onhoorbare geluidsgolven. Die geluidsgolven worden door een tegen je lichaam gehouden tastkop uitgezonden en door de inwendige organen teruggekaatst. Vandaar ook de naam ‘echo’scopie. De tastkop vangt de teruggekaatste geluidsgolven op en seint die via een draad door naar het echoscopie-apparaat. Daarin worden ze zo bewerkt, dat ze op een beeldscherm zichtbaar worden. Je kunt dat zelf ook bekijken. Er kan een foto van gemaakt worden, of je kunt het op een videoband meekrijgen.

Bij een echoscopie kan allereerst worden gezien of het hartje klopt. Dit is gewoonlijk al vanaf de achtste week (vier weken over tijd) zichtbaar. Een zichtbaar kloppend hartje is een teken van leven. Maar bij heel jonge zwangerschappen geeft de echoscopie vaak geen uitsluitsel of de vrucht nu wel of juist niet meer in leven is. Alles is dan nog zo klein, dat hier niets met zekerheid valt te zeggen. Het heeft daarom ook geen zin om bij een zwangerschap die korter duurt dan acht weken, bij bloedverlies een echoscopie te doen.

Daarnaast kan de grootte van de vrucht worden gemeten, om te beoordelen of de grootte overeen komt met de geschatte zwangerschapsduur. Als dit het geval is, is dat een gunstig teken.

Onderzoek met echoscopie biedt bij bloedverlies aan het begin van de zwangerschap lang niet altijd zekerheid. Tot acht weken zwangerschap is bij echoscopie niet goed te beoordelen of er al dan niet sprake is van een intacte zwangerschap met een levende vrucht. Vaak zal in dat geval om zekerheid te krijgen het onderzoek na een of twee weken herhaald moeten worden.

Naar de gynaecoloog

Als een miskraam, zoals in de meeste gevallen, duidelijk zonder complicaties lijkt te verlopen, is er geen reden voor verwijzing naar een gynaecoloog. Een curettage is dan niet nodig.

Toch worden vrouwen met een miskraam steeds vaker naar de gynaecoloog verwezen. In de meeste gevallen werd er dan ook een curettage gedaan. Vaak mag betwijfeld worden of daar een medische noodzaak voor is.

Niet meteen curettage laten doen

Wanneer bij de echoscopie wordt gezien dat de vrucht niet (meer) leeft, heb je heel wat te verwerken. Neem daar de tijd voor en laat je niet zomaar overhalen om meteen in het ziekenhuis te blijven voor een curettage, tenzij dat natuurlijk om medische redenen strikt noodzakelijk is. Neem als het kan eerst afscheid van je zwangerschap.

Spontane uitdrijving of curettage?

Op de vraag wat beter is: een spontane geboorte van de vrucht afwachten of een curettage laten verrichten, is niet zomaar een antwoord te geven. Niet alleen medische overwegingen spelen hier een rol. Ook de emotionele beleving van de vrouw zelf is belangrijk. Eigenlijk zou zij zelf de beslissing moeten kunnen nemen: de natuur haar gang laten gaan of medisch ingrijpen. Maar om die beslissing te kunnen nemen moet ze goed geïnformeerd zijn over de voor- en nadelen van beide mogelijkheden. Omdat dat laatste een tijdsinvestering van de behandelaar vergt, komt het er vaak niet van en geeft de mening van de arts vaak de doorslag. Soms is de ‘voorlichting’ die gegeven wordt zo eenzijdig, dat je wel gek zou zijn op een spontane geboorte te wachten.