Tag - 21 maanden

21 maanden

Slaappatroon

Tot dusver sliep het kind gemakkelijk in, maar nu volgt dikwijls een periode van moeilijkheden en deze kan aanhouden tot dertig maanden. Moeilijkheden doen zich niet alleen voor bij het inslapen en tijdens de slaap, maar ook wanneer het kind wakker is. Sommige kinderen gaan eerst rustig liggen met boek, pop of teddybeer, maar roepen dan om moeder; ze willen herhaaldelijk op het potje, willen drinken, een zakdoek of een zoen, of wat ze maar bedenken. De slaap is op deze leeftijd veel onrustiger.

Sommige peuters worden ’s nachts wakker, maar komen meestal gauw tot rust als ze op het potje zijn geweest, wat gedronken hebben of een koekje hebben gehad. Er zijn kinderen die ’s morgens vroeg een uur of langer hardop liggen te praten.

De totale slaaptijd wordt bovendien bekort doordat de kleintjes ’s morgens vroeger wakker worden. Ze kunnen dan lastig zijn, maar als men naar hen toegaat en hen even helpt slapen ze soms weer een uur of langer.

Evenals ’s avonds kunnen de kinderen ’s middags soms moeilijk in slaap komen, maar de meesten vermaken zich heel goed en roepen niet om hun moeder. Ze kunnen soms een uur of langer wakker blijven en slapen soms pas in als ze nog even op het juiste moment ingestopt worden. Ze slapen meestal langer (ongeveer 2 uur) en hoewel ze gewoonlijk opgewekt wakker worden zijn ze ook wel eens verdrietig. In dat geval is geduld nodig, zodat ze langzaam tot zichzelf komen.

Darm- en blaasfunctie

De darmfunctie is vrijwel gelijk aan die van een peuter van achttien maanden. Knoeien met ontlasting wordt veelvuldiger, vooral na het dutje. Sommige kinderen laten zich nog niet op het potje zetten, terwijl andere geheel zindelijk zijn, vooral zij bij wie de ontlasting op een vaste tijd komt.

Bij kinderen die al eerder zindelijk waren treedt op deze leeftijd soms een terugval op als ze diarree hebben. Dit kan verband houden met het verschijnen van de kiezen of samenhangen met het pas verworven, al te krachtig werkend vermogen om de darm te legen. Het komt dikwijls voor dat ze dit met grote kracht doen, wat wijst op een sterk ontlastingsmechanisme.

De kinderen beseffen wat er gebeurt en letten op wat er komt. Is de luier vuil, dan komen ze soms niet meer van hun plaats en blijven wanhopig huilend staan; ze huilen door als ze verschoond worden. Deze reactie behoeft niet het gevolg te zijn van bestraffing. Soms kunnen de kinderen de ontlasting nog inhouden als ze te vroeg komt en dat geeft ook wel aanleiding tot huilen.

Hebben ze succes op het potje, dan zijn ze dikwijls blij en trots. Sommige kinderen, jongens speciaal, zien geen kans hun ontlasting kwijt te raken voor ze geheel ontkleed zijn. Misschien houdt dit wel verband met de neiging van kinderen van deze leeftijd om zich uit te kleden en naakt rond te rekken.

Blaas
Al zal een kind zich soms verzetten als men het op het potje wil zetten wanneer dat nodig is, toch zullen de kleintjes van deze leeftijd er over het algemeen weinig weerstand tegen bieden.

Met woorden of gebaren kan het kind aangeven of het zover is en velen gaan zelf al naar de wc, al kunnen ze zich nog niet zelf redden.

Ongelukjes komen ’s middags het meest voor. Kinderen vragen gewoonlijk ’s avonds bij het naar bed gaan eerder om de po dan ’s middags.

Activiteiten

Geleidelijk zijn de peuters minder lang alleen bezig; ze gaan meer op anderen letten. Wel spelen ze vaker kortere tijd alleen; ’s morgens hangt een peuter graag (tot ongeveer 10 uur) in de keuken rond, voor hij bereid is naar zijn kamer of naar zijn speelplaats buiten te gaan en blijft daar meestal zoet alleen, als hij zelf de deur achter zich dichtgetrokken heeft.

Binnenshuis speelt hij met plezier met een speelgoedtelefoon, een stokje met losse ringen of een klein kastje. Hij houdt ervan allerlei huiselijke bezigheden na te doen, zoals stof afnemen, laden opentrekken, voorwerpen op plan ken zetten.

Tijdschriften wil hij nog wel verscheuren en het kan even goed voorkomen dat hij het behang in de gaten krijgt en dan prikt hij er graag eens met een peutervingertje in.