40 weken

40 weken

Slaappatroon

De zuigeling heeft nog steeds de neiging dadelijk na zijn avondmaaltijd van 6 uur in slaap te vallen. Sommige kinderen, die moeilijker inslapen, die vaak huilden als ze slapen moesten, liggen nu dikwijls een kwartier tot een uur te tateren eer ze inslapen.

De meeste kinderen slapen rustig door tot 5 à 7 uur ’s morgens en geleidelijk worden ze iets later wakker. Als het kind ’s nachts wakker wordt kan de oorzaak in de huiselijke omstandigheden of bij het kind zelf liggen.

Er zijn er ook die af en toe een uur of langer wakker liggen tussen 2 en 4 uur ’s nachts. Tijdens die periode kan het kind tevreden in zichzelf liggen praten of onder de dekens uit kruipen en gaan spelen.

Ten slotte wordt het kind vaak onrustig en kan soms niet weer inslapen voor hij een schone luier of een fles heeft gehad. Kinderen die vroeg wakker worden (tussen 5 en 6 uur ’s morgens) liggen meestal rustig te babbelen of zitten overeind met een stukje speelgoed, als men ze maar direct verschoont. Het kind wordt onrustig als het slaap krijgt, het draait met zijn hoofd, steekt zijn duim of het laken in zijn mond, wiegt in de heupen en trappelt met de voeten, en wanneer het in zijn ledikantje wordt gelegd valt het gewoonlijk prompt in slaap. Als er geen tekenen van slaperigheid zijn kan het kind rustig accepteren dat het naar bed wordt gebracht, maar blijft dan wakker. Zijn morgendutje volgt doorgaans op het bad van 10 uur ’s morgens (wanneer het kind tenminste ’s morgens gebaad wordt); en het middagdutje kan volgen op de rit in de wandelwagen omstreeks 3 uur.

Er is veel minder verscheidenheid in de slaapgewoonten dan op de leeftijd van 28 weken. Soms doet het kind vier korte dutjes per dag, soms slaapt het alleen heel lang in de loop van de ochtend. Eén lange slaaptijd in de morgenuren en minder regelmatig een middagdutje is het meest voorkomend.

Darm- en blaasfunctie

Ontlasting
Een- of tweemaal per dag, tussen 8 en 10 uur ’s ochtends en/of tussen 6 en 7 uur ’s avonds. Het kind is soms bereid op de po te drukken, vooral wanneer de ontlasting spoedig op een voeding volgt. Sommige kinderen, vooral meisjes, huilen wanneer hun luier vuil is.

Urineblaas
De zuigeling kan droog zijn na een dutje van een uur of na een ritje in de kinderwagen en hij kan dan succes hebben wanneer hij dadelijk op een potje wordt gezet.

Overigens bestaat de kans dat de plas pas komt juist wanneer hij van de po is genomen. Hij kan ook wel midden in de nacht gaan huilen om een schone luier.

Spontane activiteiten

Op deze leeftijd brengt de baby veel meer variatie in de klanken die hij uit en ze zijn meer gearticuleerd. Hij zegt nu :‘mamma’, ‘pappa’, ‘nana’, ‘gaga’, ‘dada’.

Hij maakt graag lipgeluiden, gilt op een hoge toon en oefent op verschillende toonhoogten met lettergrepen als ‘dada’. Dikwijls onderbreekt hij zichzelf, omdat hij om zijn eigen klanken, vooral de hoge, moet lachen.

Vol aandacht beschouwt en gebruikt hij zijn speelgoed. Hij speelt graag met een kopje en doet alsof hij drinkt. Hij steekt voorwerpen in de mond en begint erop te kauwen. Hij klapt in zijn handen en wuift. Hij merkt het als dingen waaraan hij gewend is geraakt er niet zijn, zoals het polshorloge van zijn moeder of het beestje dat in zijn bad hoort te drijven.

Hij vindt het prettig zijn spieren flink te gebruiken. Hij blijft spelen wanneer hij overeind gezet is, buigt zich ver voorover en richt zich weer op. Hij kan een stukje speelgoed weer naar zich toe halen, schopt, en als hij zit kan hij gaan kruipen, trekt zich overeind en kan zich soms weer laten zakken.

Hij begint op verkenning uit te gaan. Hij rolt zich graag op zijn zij en laat zich op zijn buik vallen en kan vastraken tussen de spijlen van zijn box.

Sociaal gedrag

Hoewel het kind gedurende betrekkelijk lange perioden alleen speelt, zal het zijn omgeving snel duidelijk maken dat het ander speelgoed of gezelschap wil hebben.

Vooral tussen 8 en 10 uur ’s ochtends en in de late namiddag (tussen 4 en 6 uur) stelt de baby er prijs op in de kring van het gezin te worden opgenomen; hij zit dan heel tevreden in zijn kinderstoel, box of ledikantje.

Hij stelt eveneens prijs op een wandeling tegen het eind van de morgen of vroeg in de middag, al naar gelang het schema van zijn maaltijden.

Gezelschapsspelletjes waar hij veel van houdt zijn kiekeboe en een lippenspelletje, waarbij hij op zijn mondje slaat en er geluiden bij maakt; hij kan lopen als men zijn beide handjes vasthoudt; hij wil graag op zijn buik liggen en in een hobbelpaard schommelen.

Meisjes kunnen blijk geven van verlegenheid, houden dan het hoofd scheef als ze glimlachen. Dat doen ze meestal in het bad. Het kind is vaak nog eenkennig voor mensen die het niet kent en lijkt speciaal bang te zijn voor een vreemde stem. De eenkennigheid duurt meestal 9-10 maanden.

Delen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *