28 weken

28 weken

Slaappatroon

Het kind valt gewoonlijk in slaap dadelijk na zijn avondvoeding van 6 uur. Zelden worden kinderen op deze leeftijd om 10 uur ’s avonds nog wakker gemaakt voor een voeding en weinigen worden uit zichzelf wakker op dat uur. Als men ze wakker maakt drinken ze heel weinig of zelfs in het geheel niets, maar wanneer ze vanzelf wakker worden kan men ze alleen tot rust brengen door wat drinken of voedsel.

De meesten slapen de hele nacht door, elf tot dertien uur, en worden omstreeks 6 uur ’s morgens of later wakker. Op deze leeftijd houden baby’s zich doorgaans een half uur langer stil voor ze naar voedsel verlangen.

Er bestaat op deze leeftijd een grote verscheidenheid in de slaapgewoonten. Gewoonlijk wordt er dagelijks twee- tot driemaal een dutje gedaan. Het ochtenddutje en dat van de namiddag worden het langst volgehouden.

Sommige kinderen hebben de gewoonte ’s morgens lang te slapen en ’s middags kort (of omgekeerd), terwijl bij andere de lengte van het middagslaapje afhankelijk is van die van het ochtenddutje. Een slaapje ’s avonds is geen gewoonte meer, tenzij men het zo wil noemen wanneer het kind om 10 uur nog wordt opgenomen.

Darm- en blaasfunctie

Darm
Gewoonlijk eenmaal per dag ontlasting (in de luier) tussen 9 en 10 uur ’s morgens, hoewel af en toe ook wel eens ’s middags. Begrip voor ‘pottenzitting’ als vroeger heeft het kind niet meer. Vaak verzet het zich zelfs krachtig als men met het potje aankomt.

Blaas
Plassen gebeurt nog vaak en in zo grote hoeveelheid dat het kind dikwijls doornat is als het verschoond wordt. Men kan wel geslachtsverschillen op deze leeftijd opmerken; meisjes blijven soms langer droog (dikwijls een tot twee uur aaneen) en doen dan hun plasje soms op het potje.

Spontane activiteiten

De baby ligt nog steeds graag op zijn rug. Hij maakt zoemende geluidjes, trappelt, steekt zijn benen in de lucht, grijpt zijn voeten, steekt ze in zijn mond, trekt zijn schoentjes en sokjes uit. Hij kijkt graag naar zijn bewegende hand. Zijn handen steekt hij minder vaak in zijn mond, eigenlijk in hoofdzaak alleen nog na de voeding of voor het slapengaan.

Hij speelt graag met bandjes, papier, soepele piepbeestjes en rammelaars. Hij steekt ze in zijn mond en bijt erop. Hij maakt tevreden geluidjes, gorgelt, kraait en gilt. ’s Morgens en laat in de middag is hij het zoetst als men hem alleen laat wanneer hij wakker is, tot hij lastig wordt en daarmee aangeeft dat hij naar gezelschap verlangt.

Sociaal gedrag

Op deze leeftijd waarderen kinderen anderen niet alleen om hemzelf, maar hoofdzakelijk om wat ze voor hen kunnen doen. Wanneer de volwassene het kind van speelgoed heeft voorzien of hem rechtop gezet heeft, laat de zuigeling hem rustig gaan en vermaakt zichzelf, tot hij weer iets anders verlangt.

Hij vindt het heerlijk in zijn wagentje te worden rondgereden en hoewel hij graag nu en dan eens wil zitten, is hij ook zoet als hij ligt. Hij begint met meerdere mensen tegelijk contact te zoeken en waardeert het zeer wanneer hij van de een naar de ander wordt doorgegeven.

Hij krijgt gevoel voor ritme, en paardjerijden op de knie is voor hem een uitgesproken genoegen. Hij maakt onderscheid tussen verschillende mensen en stelt hogere eisen aan degene die hem verzorgt.

Hij voelt zich op zijn gemak bij mensen die hij kent en begint schuw te worden ten opzichte van mensen die hij niet kent, vooral wanneer hij zich in een vreemde omgeving bevindt.

Delen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *