15 maanden

15 maanden

Slaappatroon

Bedtijd valt tussen 6 en 8 uur ’s avonds en zal geregeld en ordelijk een einde maken aan de bedrijvigheid van de dag. De volgorde kan bijvoorbeeld zijn: avondeten, bad, bed. Het kind schijnt te beseffen wanneer het tijd is om naar bed te gaan; het verwacht na bepaalde punten van het dagelijks programma naar bed gebracht te worden.

Of een kind in de nacht wakker wordt hangt af van zijn eigen aard; actieve kinderen komen dan meestal niet tot rust voor ze worden opgenomen. Men kan ze tot rust brengen door ze uit het raam naar lichtjes te laten kijken of door een ander spelletje.

Een dutje volgt gewoonlijk op de middagmaaltijd. Een algemene aanwijzing voor de behoefte aan slaap is dat het kind zijn schoenen uittrekt. Gewoonlijk gaat het dadelijk liggen en valt direct in slaap. Er zijn kinderen die nog korte tijd wakker blijven en een paar minuten met speelgoed bezig zijn, eer ze boven op de dekens in slaap vallen. Ze worden wakker na twee tot drie uren en zijn dan dadelijk bereid op te staan.

Darm- en blaasfunctie

Ontlasting
Een- tot tweemaal daags komt er ontlasting, al kan soms een dag overgeslagen worden; bij sommige kinderen komt de ontlasting nog in de morgen, bij het wakker worden of omstreeks het ontbijt. Er zijn er die vrij geregeld ’s middags ontlasting hebben, bij»oorbeeld na de middagmaaltijd of in aansluiting op het middagdutje. Verzet tegen de zitting op het potje – van twaalf tot vijftien maanden gebruikelijk – maakt plaats voor gewilligheid.

Wanneer het kind er op een gunstig moment, bijvoorbeeld vlak na de maaltijd, op wordt gezet (gewoonlijk na het ontbijt) bestaat er alle kans dat het zijn ontlasting in het potje zal deponeren.

Op sommige dagen zal het misschien geen ‘succes’ hebben, voor hij van het potje is opgenomen, al bleef hij er heel tevreden op zitten. Een gunstig moment om het kind op het potje te zetten kan zijn als zijn moeder opmerkt dat het kind plotseling heel stil wordt of zijn moeder aankijkt of knort en gaat hurken.

De peuter begint al te beseffen dat er ontlasting in zijn broekje terechtkomt en wordt onrustig, zegt ‘uh’ of grijpt naar zijn broek, om te kennen te geven dat hij verschoond wil worden, vooral wanneer er een ouder in de buurt is.

Hij eist minder aandacht op als hij in zijn bedje ligt of in zijn box speelt en doet af en toe zelfs pogingen eigenhandig zijn broek uit te trekken. Nu en dan komt het op deze leeftijd voor dat het kind met ontlasting gaat ‘smeren’, wanneer bij alleen in zijn bed ligt of in zijn box zit.

Het is van veel belang dat zijn kleren goed sluiten en er goed op gelet wordt dat hij niet met zijn ontlasting knoeien kan. Hij moet dan direct worden verschoond als hij zich bevuild heeft.

Blaas
De peuter is vaak droog na zijn dutje, wanneer hij onmiddellijk wordt opgenomen. Hij schijnt er op deze leeftijd meer besef van te hebben als hij nat is. Als hij door zijn broekje heen een plas op de vloer heeft gedaan kan hij ernaar wijzen en zeggen ‘ba-ba’ of enkel ‘da’.

Soms steekt hij zijn handen in het plasje of doet zijn best het met een of andere doek op te nemen. Hij reageert vrij geregeld met een plasje te doen als hij op een potje wordt gezet, vooral op geschikte momenten, bijvoorbeeld na de maaltijden en voor of na het slapen gaan.

Misschien doet hij de plas pas als hij van het potje opgenomen is, zoals dat ook bij de ontlasting het geval is. Verzet komt voor als men de peuter op het potje zet zonder dat hij er behoefte aan heeft, of midden op de morgen of middag. Sommige kinderen blijven nu al (tijdelijk althans) twee tot drie uren achtereen droog.

Spontane activiteiten en spel

Peuters van deze leeftijd kunnen heel zoet zelf bezig zijn op de volgende momenten: voor het opnemen ’s morgens vroeg, een uur lang in de kamer of het bedje en dan ’s morgens nog eens een uur in de box.

Ze kunnen niet te lang achtereen op dezelfde plaats blijven en houden van verandering. Naarmate de dag vordert stellen de kinderen meer eisen.

Als ze pas wakker zijn vragen ze niet om speelgoed, maar oefenen alle mogelijke bewegingen. Speelgoed willen ze hebben als ze naar hun kamer worden teruggebracht en zij houden er van naar allerlei bedrijvigheid te kijken als zij in hun box zijn, zoals bijvoorbeeld naar het verkeer en voorbijgangers. Hun voorkeur gaat uit naar ballen, lepels, kopjes, dozen en voorwerpen die in elkaar passen. Het rustigst spelen de kleintjes met speelgoed als zij tussen 9 en 10 uur alleen in de kamer zijn en ’s morgens hun bewegingsdrang in alle mogelijke gymnastische toeren hebben kunnen uitleven.

Dan proberen ze iets ergens in te mikken, halen het er weer uit, gooien een bal weg en halen hem terug en als zo’n peuter moe wordt gooit hij zijn speelgoed uit de box of het bedje, of legt het achter zich neer.

Sociaal gedrag

De periode van eenkennigheid, die omstreeks de eerste verjaardag valt, is gewoonlijk voorbij en een kind van vijftien maanden wil niets liever dan in zijn wandelwagentje eropuit trekken. Sommige peuters zitten of staan nog in de wandelwagen en genieten vooral van alle klanken uit de buitenwereld. Ze horen een hond blaffen, een paard trappelen, het ronden van een vliegtuig.

Bij een onverwacht schel geluid gaan ze wel eens huilen. Kijken doen ze ook graag, maar luisteren nog liever. Sommige peuters hebben een sterke bewegingsdrang en zeuren na een kwartier tot een half uur om uit de wagen te mogen en hem zelf te duwen.

Een uur lang uit met de wandelwagen is op deze leeftijd ruim voldoende. Een peuter van vijftien maanden houdt er zijn eigen opvatting van wandelen op na; hij bukt zich om stokjes te rapen, buigt zich voorover om tussen zijn benen door te kijken en brengt alles wat hij vindt naar zijn vader of moeder en oefent alle woorden die hij kent.

Meestal is zo’n kind dol op honden en zegt vaak ‘waf-waf’, doet alles na zoals roken, niezen, neus snuiten en lucifers uitblazen. In feite wordt een peuter zo bedrijvig dat hij geremd moet worden. Als hij aan tafel zit, wil hij alles hebben wat hij ziet. Hij heeft belangstelling voor alles wat hij in de huiskamer om zich heen ziet en als men ‘nee’ schudt trekt hij er zich weinig meer van aan; hij gaat doelbewust zijn eigen gang.

Wanneer hij in de huiskamer speelt moeten bepaalde voorwerpen buiten zijn bereik worden gezet. Zijn voorkeur gaat overigens nog steeds uit naar de prullenmand. Zijn blik doorzoekt een vertrek en schijnt er altijd de prullenmand uit te plukken. Niets vindt hij heerlijker dan de inhoud eruit te halen en er weer in te doen, al gebeurt dat laatste niet zo dikwijls.

Tegen het eind van de middag wil een peuter wel eens graag naar gekleurde plaatjes kijken en slaat zelf de bladzijden om. Hoort het kind muziek, dan danst het er heupwiegend bij.

Delen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *