Het eerste onderzoek |
|
|
|
|
Om zich een goed oordeel te kunnen vormen zal de dokter of de verloskundige een groot aantal dingen willen weten. Als hij of zij je al langer kent, zijn veel zaken uiteraard reeds bekend. Maar als er in het weekeinde een waarnemer komt, zal deze toch verscheidene vragen stellen.
Erg belangrijk is het te weten op welke datum precies de laatste menstruatie begon. Aan de hand hiervan wordt berekend hoeveel weken je zwanger bent. Ook wil men weten of de zwangerschap door middel van een test is vastgesteld en op welke datum die test is gedaan. Verder wil men iets weten over het verloop van de zwangerschap tot nu toe. Voelde je je zwanger, had je last van bepaalde klachten als gespannen borsten, misselijkheid en is er aan die klachten en het gevoel van zwanger zijn de laatste tijd iets veranderd? Bij bloedverlies is het belangrijk te weten wanneer dit begonnen is, om hoeveel bloed het gaat, of er stolsels bij zaten en of je er iets van hebt bewaard. Verder is het van belang te vertellen of je pijn hebt, of deze te vergelijken is met de pijn die je anders ook tijdens de menstruatie hebt, of het een zeurende of krampende (weeënachtige) pijn is, of deze onder in de buik zit of juist opzij, of hoesten en diep zuchten ook buikpijn veroorzaken en of je pijn in een van je schouders hebt. De soort pijn kan een aanwijzing zijn of het om een miskraam gaat of om een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. En tenslotte zal de dokter of verloskundige willen weten of je je ziek voelt en of je koorts hebt. Deze vraag is belangrijk als de miskraam reeds heeft plaatsgevonden: het is een aanwijzing dat er wellicht ook sprake is van een baarmoederontsteking. |




