|
Wat betreft het ruimtebegrip ontwikkelt het kind al vroeg een gevoel voor de omgeving. Het beweegt zich gemakkelijk in bekende ruimten. Als kleuter gaat de lichaamsruimte een rol spelen: voor mij, achter mij, enzovoort. Objectruimte verschijnt als het kiüd objecten in relatie zet tot elkaar, meestal gedurende de kleuterjaren. Tegen een jaar of zes worden deze ruimten gecoördineerd. Pas na deze leeftijd ontwikkelt zich de kaartruimte, een soort mentale kaart waarin kennis over de ruimte wordt verwerkt, zodat kleuters met bijvoorbeeld een doolhof weinig kunnen beginnen.
|