| 2 jaar |
|
|
|
SlaappatroonHet tijdstip van inslapen is tot op zekere hoogte afhankelijk van de tijd waarop het kind naar bed wordt gebracht, maar gewoonlijk valt het niet voor 8 of 9 uur ’s avonds in slaap. Het middagdutje kan de slaap van ’s nachts verdringen, dat wil zeggen: wanneer het kind geen dutje doet, slaapt het vroeger in. Bij het inslapen gaat het net als op de leeftijd van 21 maanden; er wordt veel gevraagd en geëist.Kinderen bij wie dit verschijnsel al met 21 maanden optrad stellen vaak met 24 maanden minder eisen. De kinderen die hiermee pas beginnen tussen 24 en 30 maanden zetten dit dikwijls voort tot 36, ja zelfs tot 42 maanden. Omstreeks 24 maanden vragen ze voor het inslapen meestal om speelgoedbeesten, een paar boeken of een kussen. Het kind roept zijn moeder nog om allerlei redenen terug, hoewel misschien minder vaak dan vroeger. Het inslapen is voor de tweejarige verre van gemakkelijk en overmatige spanning kan zich op allerlei manier ontladen - spelen, spieractiviteit zoals springen, om moeder of vader roepen of om het potje vragen. Het kind kan drie- tot viermaal om het potje vragen en al komt er dan geen plas, hij heeft waarschijnlijk toch aandrang. Wanneer de deur op een kier blijft staan of het licht in de gang blijft branden, hebben sommige kinderen blijkbaar het gevoel dat moeder dichterbij is; hun spanning wordt minder. Op deze leeftijd komt bij kinderen dikwijls een gevoel van angst als ze alleen zijn; dat kan op van alles betrekking hebben. Het is een voorloper van de sensatie die in het kind het besef wekt dat er nog een wereld is buiten de realiteit. Het kind moet getroost en geholpen worden om angst te leren verdragen. Darm- en blaasfunctieDarm Ongelukjes komen minder voor, hoewel ze periodiek terugkeren. Gewoonlijk komt er tweemaal ontlasting per dag, na de maaltijden. Kinderen die ’s middags na het dutje ontlasting krijgen worden moeilijker zindelijk. Het kind weet intussen het verschil tussen ‘plas’ en ‘druk’. Het kan zinnetjes zeggen als ‘moet bah doen’, of iets dergelijks. Al moet het kind geholpen worden om op een potje op de wc te gaan, toch wil het daarna alleen gelaten worden en verzoekt zijn moeder of vader dringend ‘weg te gaan’ of ‘naar beneden te gaan’. Zodra het kind echter klaar is, roept het zijn moeder of vader terug om hem te helpen. Sommige kinderen krijgen geen ontlasting wanneer zij op de wc worden gezet en wel als ze er zelf op gaan. Blaas Overdag komen er minder ongelukjes voor, hoewel zij periodiek nog wel optreden. Het kind kan de urine vrij lang ophouden (tot 2 uur) en vraagt zelf om het potje. ‘Moet een plasje doen’, ‘moet potje’ zijn veel gebruikte uitdrukkingen. Het kind verzet zich gewoonlijk niet tegen vaste tijden voor en na het slapen en in de loop van de morgen en middag, behalve wanneer het geen plas kan doen. Bij de meeste kinderen komt een periode van verhoogde frequentie (om de twintig minuten) voor tussen 5 en 8 uur ’s middags. Sommigen proberen zelf te gaan en slagen er dan wel in het broekje uit te trekken, maar zijn dan soms niet bijtijds op het potje. Ze beginnen inmiddels trots op hun zindelijkheid te worden en zeggen dikwijls ‘flinke jongen’ of ‘flink meisje’ wanneer ze klaar zijn. Ze trekken zich hun ongelukjes ook sterker aan. Ze beginnen opeens te huilen wanneer hun plas hen ontloopt en lopen niet graag meer met natte kleren. Soms nemen ze zelf maatregelen, trekken het natte broekje uit en deponeren het in de wasmand. ActiviteitenWanneer het kind op de leeftijd van 21 maanden niet verstandig behandeld is, kan het zijn dat het nu niet alleen spelen wil ’s morgens. Gelukkig is juist een kind dat gemakkelijk opgewonden raakt als er anderen bij zijn gewoonlijk wel graag alleen en het kind dat rustig in de buurt van de volwassene speelt zonder in de weg te lopen wil meestal niet alleen spelen. Het kind is nu rustiger in zijn spel en kan langere tijd met hetzelfde bezig zijn. Het houdt speciaal van dingen die bewegen of draaien, zoals wagentjes en wielen. In de keuken gaat zijn hart uit naar elektrische kloppers.Speelgoed dat in elkaar geschroefd kan worden en zelfs een schroevendraaier, die hij overigens niet zelfstandig kan hanteren, staan ook sterk in de gunst. Het kind stapelt zijn blokken, Duplo of Lego, nu ook op elkaar en speelt bij voorkeur met blokken die in elkaar passen. De tweejarige verzamelt vaak kiezelstenen, touwtjes, knikkers, kralen, flesjes en boekjes. Gekleurde ansichten vindt hij ook prachtig. In navolging van het huishoudelijk programma geeft hij nu ook zijn pop en teddybeer te eten, zet ze op het potje en brengt ze soms naar bed, of gaat ermee uit rijden in de poppenwagen. |




