De weefsels die het bekken, het heiligbeen en het schaambeen met elkaar verbinden worden tijdens de zwangerschap slapper, ook weer onder invloed van hormonen. Het is noodzakelijk omdat de baby straks het bekken moet kunnen passeren.
Bij sommige vrouwen wordt het bekken wel erg soepel en bewegelijk. De banden en spieren hebben dan grote moeite om het bekken stabiel te houden. Dit verschijnsel wordt bekkenpijn genoemd (ook wel bekkeninstabiliteit). Het kan tijdens de zwangerschap ontstaan, maar ook na de bevalling en het veroorzaakt pijn tijdens en na het lopen, staan, zitten, draaien in bed, vrijen, autorijden, traplopen, enzovoort.
Over het algemeen verdwijnen de klachten binnen twee maanden na de bevalling. In de borstvoedingsperiode kunt u soms wat last houden. In enkele gevallen duurt het langer en is behandeling nodig. Bekkenklachten herkent u aan een beurs en moe gevoel rond het schaambeen. Soms straalt de pijn uit naar de binnenkant van het bovenbeen of de lies. Ook pijn in de onderrug, die uitstraalt naar de knie, kan verband houden met het slapper worden van het bekkenweefsel.
Als u veel last heeft van uw bekken, bespreek dat dan met de verloskundige.